Fredje
Vouwbeen
Het feest van Sinterklaas, deel 1
(tekst: Betsy Lurvink / tekeningen: Meinder Buynink)
Zeven mijls laarzen:
‘Zeg, hebben jullie je
verlanglijstje voor Sinterklaas al klaar?’ vraagt Fredje op een dag in november
aan zijn kaboutervriendjes. De kabouters zitten in een grote kring om Fredje
heen. Ze kijken ‘m verbaasd aan. ‘Sinterklaas?!
Wie is dat? Nooit van gehoord.’ Daar begrijpt Fredje niks van. Nog nooit van
Sinterklaas gehoord? En van de zwarte
Pietjes die ‘m helpen? Fredje gaat in zijn boek op zoek naar plaatjes van de
Sint en zijn Pieten. En dan vertelt hij het verhaal van Sint. De kabouters
hangen aan zijn lippen. Sinterklaas is al heel oud. Hij woont in Spanje met zijn
Pieten.
Maar als hij bijna jarig is, komt hij naar Nederland. Daar koopt hij dan heel
veel cadeautjes. Nee niet voor zijn eigen verjaardag, maar voor alle kinderen in
Nederland. De cadeautjes worden ’s nachts door de Pieten gebracht. Meestal
klimmen de Pietjes dan door de schoorsteen, en leggen de cadeautjes bij de
kachel. De kabouters luisteren ademloos. ‘Maar hoe weet Sinterklaas dan wat de
kinderen willen? Ennne ? ...’ ‘Nou’ zegt Fredje, ‘Daarom maken alle kinderen een
verlanglijstje. En dan kijken Sint en de Pieten of het allemaal kan, en dan
brengen ze het.’
‘Zou Sint ook bij ons kunnen komen?! Hoe weet hij waar we wonen?’ ‘Juist’ zegt
Fredje, ‘Daarom moeten we een verlanglijstje maken en Sint vertellen waar we
wonen, anders kan hij het natuurlijk niet brengen.’ Opgewonden beginnen de
kabouters door elkaar heen te praten. ‘Ik wil wel een trap!’ roept Pukky, ‘Dan
kan ik overal beter bij.’
‘Oh’ zegt Warrel, ‘Dan vraag ik een agenda.’ ‘Ik wil wel een kam’ roept Woest.
‘Ha ha’ zegt Harky, ‘Dan weet ik ook nog wel iets.’ Allemaal roepen ze door
elkaar heen. ‘Ho ho!’ roept Fredje, ‘Zo gaat dat natuurlijk niet. Ik heb hier
een vel papier en een potlood, en dan noemen jullie allemaal één ding, wat je
graag wilt hebben.’ De kabouters
denken diep na. En om de beurt vraagt Fredje wat ze
willen. Oh oh, wat is dat moeilijk. Sommige kabouters willen
wel 3 dingen, maar dat kan natuurlijk niet. De één wil een nieuwe zakdoek, de
ander een muts, en Vrolijk wil een mondharmonica. Fredje heeft al snel een heel
lijstje vol. Hij knabbelt even op zijn potlood. Wat zal ik vragen?
Nou, ik denk dat ik maar een nieuw vouwbeentje vraag. De mijne is wel erg
versleten de laatste tijd hier in het bos.
Eindelijk zijn ze klaar. Het is een lange lijst geworden. Fredje vouwt het
papier een paar keer dubbel, en stopt het in een envelop. ‘Maar? Wie moet de
brief nu naar de Sint brengen?’ Daar hebben de kabouters geen twijfel over.
Dat doet Fredje natuurlijk. Hij weet tenslotte de weg. Een diepe frons komt er
op Fredje’s voorhoofd. ‘Dat kan wel zijn, maar het duurt natuurlijk weken voor
ik dan bij de Sint ben. En dan is hij al lang weer terug naar Spanje.’ De
kabouters zuchten, ‘Zou het nu niet door kunnen gaan?’ Fredje bladert in zijn
vouwboek, om te zoeken naar een oplossing. Een fi ets? Nee, duurt te lang. Een
auto? Nee, gaat ook niet. Wacht ... wat zie ik hier. Zevenmijlslaarzen.
Die moeten we hebben. Fredje zoekt heel stevig papier, en samen gaan ze aan het
vouwen. Het worden laarzen met een hele mooie strik. Fredje trekt ze aan, en
gaat op weg. Alle kabouters zwaaien en roepen: ‘Tot gauw!’ En ... weg
is Fredje. Zou het ‘m lukken?!
Wordt vervolgd ...

Het origamipapier is verkrijgbaar in de webshop. Kijk onder het kopje "Origami".